
Tot in de late 18de eeuw werden kinderen in het Westen gekleed als minivolwassenen. Vijf jaar was de zogenaamde 'leeftijd van de rede', vanaf dan beschouwde men hen als kleine volwassenen. Babykleding voor jongens en meisjes volgde de vrouwenmode, met korte mouwen en lage halslijnen. Het idee van een lange kindertijd' ontstond pas in het begin van de 19de eeuw, toen men kinderen ook psychologisch begon te onderscheiden van volwassenen. Dat inzicht bracht een nieuw soort kinderkleding met zich mee: praktischer, comfortabeler en met meer bewegingsvrijheid. Uitgesproken genderspecifieke kindermode kwam op in de vroege 20ste eeuw. Jongens ruilden jurken voor shorts of vanaf hun zesde voor lange broeken. Meisjeskleding bleef decoratiever en minder praktisch, klaar voor de traditionele rol in het huishouden, als echtgenote en moeder. Die tweedeling in kleding blijft bestaan. Maar zoals Judith Butler uitdrukt in Gender Trouble (1990), ligt genderexpressie niet vast bij de geboorte. Ze wordt voortdurend gevormd door cultuur, opvoeding en ervaring.

Edgar Degas, La petite danseuse de quatorze ans, 1880-1881, Cast c. 1922 | Brons, textiel/Bronze, fabric / Bronze, textile.
Met dit beeld toont Degas een realistisch portret van de petits rats: jonge balletstudenten uit de arbeidersklasse van de Parijse Opéra. Het oorspronkelijke beeld, inmiddels verloren gegaan, was gemaakt van was en aangekleed met een tutu en een zijden lint dat met menselijk haar was gevlochten. Het model was Marie van Goethem, een Belgisch meisje dat danste bij de Opéra en bijverdiende door te poseren. Het meisje lijkt zich te stretchen, alsof ze haar vermoeide schouders en rug wil ontspannen. Door het lang gekoesterde, geïdealiseerde beeld van ballet te doorbreken schokte Kleine danseres van veertien jaar het publiek bij haar debuut in 1881. Het is de enige sculptuur die Degas tijdens zijn leven tentoonstelde.

Babyjurken (1807-1850) zoals deze werden gedragen bij doopfeesten of andere speciale gelegenheden waarop een baby aan familie en vrienden werd voorgesteld. Kleding voor jonge kinderen, ongeacht het geslacht, volgde de mode van volwassen vrouwen. De jurkjes waren gemaakt van fijn katoen of linnen en versierd met kant, stolpplooien en wit borduurwerk. Vanaf circa 1880 werden hoge halslijnen en langere mouwen steeds gebruikelijker, met meer aandacht voor de warmte en het comfort van het kind.
In deze collectie presenteert Simone Rocha de ballet-tutu als een kledingstuk voor alle genders, waarmee ze de traditionele binaire associa doorbreekt. Voor haar is de tutu niet langer alleen een symbool van discip en gratie, maar ook van genderfluïditeit en persoonlijke expressie.
Leonardo Van Dijl, Meisjes, 2025
Het 'meisje-zijn' laat zich moeilijk afbakenen. Wanneer ben je geen meisje meer? Is dat een keuze die je zelf maakt, of maken anderen die voor jou? Is meisje-zijn een fase of iets blijvends: een gevoel, een manier van denken, een uitstraling? Welke herinneringen, emoties en impulsen uit die periode draag je een leven lang met je mee? Voor velen is meisje-zijn geen hoofdstuk dat je zomaar afsluit.
Deze tentoonstelling werd gevoed door gesprekken met jonge mensen die zich als meisje identificeren. De focusgroepen vonden plaats in 2024-2025, met deelnemers van 9 tot 19 jaar. Hun reflecties vormden het vertrekpunt voor dit intieme portret van het meisje-zijn.
Bron: Zaalteksten
1 opmerking:
Een heel interessant onderwerp voor een tentoonstelling , tijden veranderen , vroeger zag goed het verschil tussen "babymeisjes"en"babyjongens" alleen al aan de kleur van de kleding .
Een reactie posten